Structure
of the Proposed Research
The programme comprises two PhD projects, a research assistant, and a part-time post-doc.
- PhD project 1: Feedback and the acquisition of syntax in oral proficiency in high-educated L2 learners
- PhD project 2: Feedback and the acquisition of syntax in oral proficiency in low-educated L2 learners
- Post-doc project: Feedback and the acquisition of syntax in oral proficiency in high-educated and low-educated L2 learners
Composition of the Research Team
- NN1, PhD student 1
- NN2, PhD student 2
- NN3, research assistant
- dr. C. Cucchiarini (second language acquisition/speech technology).
- dr. H. Strik (speech technology, CALL)
- dr. I. van de Craats (second language acquisition)
- prof. dr. R. van Hout, (second language acquisition), promotor
Duration: 4 years.
PhD student for the research project ‘Feedback and the acquisition of syntax in oral proficiency’ (1,0 fte)
Faculty of Arts, Radboud University, Nijmegen
Vacancy number: 23.24.09
Closing date: 1 February 2010
Job description
As a PhD student you will take part in the larger research project
‘Feedback and the acquisition of syntax in oral proficiency’. The goal
of this research project is to investigate the essential role of
feedback in L2 learning of syntax in oral proficiency. It will proceed
from a granular level investigating the short-term effects of different
types of feedback moves on different types of learners, to a global
level by studying whether the granular, short-term effects also
generalize to actual learning in the long term. Feedback will be
provided through a CALL system that makes use of automatic speech
recognition. This will make it possible to assess the learner’s oral
production online and to provide feedback immediately under
near-optimal conditions. As a PhD student you will study which feedback
moves lead to immediate uptake and acquisition in the long term.
You will be part of an
international and interdisciplinary team and will work in a motivating
research environment.
For more information, see: http://lands.let.ru.nl/~strik/research/FASOP.html.
Requirements
You must have:
- a Master’s degree in (Applied) Linguistics, Computational Linguistics,
Computer Science, Psycholinguistics, Artificial Intelligence, Cognitive Science
or Education;
- an interest in second language acquisition;
- programming skills (e.g. Matlab, Perl);
- a working knowledge of Dutch and a good command of the English language.
Organization
The Faculty of Arts consists of eleven departments in the fields of
language and culture, history, history of arts, linguistics and
business communication, which together cater for about 2,800 students
and collaborate closely in teaching and research. The project will be
carried out at the Centre for Language Studies (http://www.ru.nl/cls/) as part of the Communicative Competences and Linguistic Information Processing research programmes.
Conditions of employment
Employment: 1,0 fte
Additional conditions of employment
The total duration of the contract is 3.5 years. The PhD students will receive
an initial contract for 18 months with possible extension by 2 years.
The starting gross salary is €2,042 per month based on full-time employment.
The short-listed applicants will be interviewed in February 2010.
Other Information
Please include:
- a copy of your university degree (in English or Dutch)
- a list of all your university marks (in English or Dutch)
- a motivation letter with details of research interests/experience, programming
skills and knowledge of Linguistics or Psycholinguistics.
Additional Information
Dr. Helmer Strik (h.strik [at] let.ru.nl)
Dr. Catia Cucchiarini (c.cucchiarini [at] let.ru.nl)
Prof. Roeland van Hout (r.vanhout [at] let.ru.nl)
Application
You can apply for the job (mention the
vacancy number 23.24.09) before 1 February 2010 by sending your
application - preferably by email - to:
RU Nijmegen, Faculty of Arts, Personnel Department
P.O. Box 9103, 6500 HD, Nijmegen, The Netherlands
E-mail: vacatures [at] let [dot] ru [dot] nl
No commercial propositions please.
Samenvatting
(Summary for non-specialists, in Dutch)
De
rol van correctieve feedback (CF) bij het leren van een tweede taal is
al jaren een punt van discussie. Een populair standpunt is dat het
leren van een tweede taal ge-stuurd wordt door positieve evidentie en
begrijpelijke input en dat CF daarom niet nodig is. Uit onderzoek
blijkt echter dat alleen positieve evidentie en begrijpelijke input
niet voldoende zijn om een optimale beheersing van een tweede taal te
bereiken, en dat dit in het bijzonder geldt voor volwassenen en
laagopgeleide leerders.
Hoewel er dus indicaties
zijn dat alleen
positieve evidentie niet voldoende is, is nog niet overtuigend
aangetoond dat CF echt effectief is in tweede-taalverwerving. Dit heeft
te maken met het feit dat veel van de studies naar de impact van CF
descriptief van aard waren en niet gericht op de vraag of CF het leren
ondersteunt. Verder bleek de CF van docenten en gesprekspartners vaak
inconsistent, ambigu en onsystematisch te zijn. Dat was vooral bij het
aanleren van spreekvaardigheid, wat zou kunnen verklaren waarom CF
minder lijkt te helpen bij on-line vaardigheden zoals spreken. Ook is
het niet duidelijk welke vormen van CF het beste werken. Sommige vormen
van CF zoals (impli-ciete) recasts, het herhalen van de leerder's
uiting zonder fouten, lijken heel geschikt omdat ze de communicatie
niet onderbreken en toch een signaal kunnen geven aan de leerder, maar
omdat ze impliciet zijn, worden ze niet altijd als correcties ervaren.
Vooral voor laagopgeleide leerders zouden recasts moeilijk te duiden
zijn. Andere, meer expli-ciete vormen van CF zoals prompts, het
signaleren van de fouten en/of het vragen de uiting te herhalen zonder
de correcte vorm te geven, lijken heel gunstig omdat ze de leerder
stimuleren zelf de correcte vorm te produceren, maar volgens sommige
auteurs zijn ze juist niet effectief omdat ze slechts bijdragen aan
taalkennis en niet aan taalvaar-digheid.
In de
recentere
onderzoeksliteratuur wordt beargumenteerd dat CF maximaal ef-fectief is
wanneer deze systematisch, consistent, intensief en duidelijk is, en
wanneer de mogelijkheid geboden wordt voor zelfcorrectie. Dergelijke
leercondities kunnen echter moeilijk gerealiseerd worden in de klas,
zeker voor wat betreft spreekvaardigheid, door gebrek aan tijd, maar
ook door het gegeven dat één enkele leerkracht een groep van leerlingen
moet bedienen.
Het gebrek aan overtuigend bewijs
voor de
effectiviteit van CF lijkt daarmee terug te voeren op niet-optimale
leercondities. Huidige computersystemen die gebruik maken van
automatische spraakherkenning maken het echter mogelijk om de optimale
condities te benaderen voor het testen van de rol van CF. In een recent
experiment hebben we succesvol gebruik gemaakt van een dergelijk
computersysteem om CF te geven voor het verbeteren van persistente
fouten in de uitspraak van een tweede taal. Het ligt voor de hand om te
onderzoeken of dit ook het geval is voor andere componenten van het
taal-systeem zoals de syntaxis.
Het doel van het
onderhavige
programma is na te gaan of CF bijdraagt tot de ontwikkeling van
spreekvaardigheid wanneer het gegeven wordt onder omstandigheden die
bijna optimaal zijn. Deze centrale vraag is gearticuleerd in drie
subvragen die in drie aparte projecten onderzocht worden. Het eerste en
tweede project zullen nagaan welke vormen van CF tot onmiddellijke
uptake en tot verwerving leiden in respectievelijk hoog- en
laagopgeleide NT2-leerders. Het derde project zal de resultaten van de
eerste twee projecten combineren om te onderzoeken of en op welke wijze
het effect van CF verschilt voor hoog- en laagopgeleiden.
In
het
onderzoeksprogramma zullen twee promovendi in samenwerking met een
postdoc oefeningen ontwikkelen voor het trainen van het correct
plaatsen van de per-soonsvorm op de tweede plaats in het Nederlands,
een notoir en hardnekkig probleem voor volwassen leerders van het
Nederlands als tweede taal. De oefeningen moeten zo-danig zijn dat de
gesproken responsies die ze uitlokken automatisch beoordeeld kunnen
worden. Vervolgens zullen de onderzoekers voor elke oefening drie
vormen van CF ont-wikkelen die automatisch door het systeem zullen
worden aangeboden: 1) impliciete re-casts, waarbij de uiting van de
leerder zonder fouten wordt herhaald, 2) expliciete re-casts, waarbij
de uiting van de leerder zonder fouten wordt herhaald en waarbij wordt
aangegeven waar de fout(en) zich bevind(t)(en) en 3) metalinguistic
clues, waarbij de fouten worden gesignaleerd zonder aan te geven wat de
correcte vorm is. De oefeningen en feedbackvormen zullen gebruikt
worden in drie experimenten in elk van de twee PhD-projecten. De eerste
twee experimenten in de twee PhD-projecten zullen kijken naar
on-middellijke uptake, terwijl het derde experiment het effect van CF
op verwerving zal on-derzoeken. In het eerste experiment zullen de
feedbackvormen random worden aange-boden aan de leerders om te bepalen
welke vorm het beste werkt. Voor het tweede ex-periment zal het systeem
adaptief worden gemaakt zodat de vorm van CF die het beste werkt voor
een bepaalde leerder stapsgewijs het vaakst wordt aangeboden. Het
systeem past zich dus daarmee aan aan de leerder en we willen weten of
dit tot een verbetering van de uptake leidt. In het derde experiment
zal het (naar verwachting het adaptieve) systeem worden gebruikt om CF
te geven over een langere periode om uiteindelijk te kunnen bepalen of
CF die onder bijna optimale omstandigheden wordt gegeven tot echte
verwerving leidt. Daartoe zullen curriculumonafhankelijke post-tests
worden afgenomen.
Anders dan de meeste studies naar
CF zal dit
programma zich ook richten op laagopgeleide NT2-leerders omdat er
behoefte is aan onderzoek naar manieren om deze leerders beter en
gerichter te ondersteunen in het leerproces. Verder zal het gebruik van
een digitaal leersysteem het mogelijk maken om voor de eerste keer CF
onder (bijna) optimale omstandigheden te bestuderen. Bijkomend voordeel
is dat deze omstandighe-den niet alleen in een onderzoekssituatie
gerealiseerd kunnen worden, maar in feite ook in het onderwijs
toegepast kunnen worden, met andere woorden, ze zijn ecologisch
vali-de.
Als CF effectief blijkt te zijn onder
dergelijke
optimale condities, zal dit invloed hebben op theorieën over
tweede-taalverwerving en op de manier waarop taalcursussen
georganiseerd dienen te worden. Een effectiever onderwijs van het
Nederlands als twee-de taal is al jaren een belangrijk thema in de
politiek, ook omdat het leren van het Ne-derlands gezien wordt als de
sleutel tot succesvolle inburgering en integratie (Emmelot et al.,
2001). Positieve resultaten van het onderhavige programma zouden leiden
tot een efficiëntere inzet van geld en middelen in het
NT2-spreekvaardigheidsonderwijs, vooral ook bij laagopgeleide
volwassenen. De normale lessen zouden dan aangevuld kunnen worden met
een computersysteem dat optimale feedback geeft en waarmee cursisten op
hun gemak en in hun eigen tempo zo lang kunnen oefenen als ze willen.
Links
*
J. Scott Payne & Brenda M. Ross (2005)
SYNCHRONOUS
CMC, WORKING MEMORY, AND L2 ORAL PROFICIENCY DEVELOPMENT.
Language
Learning & Technology, Vol. 9, No. 3, September 2005, pp. 35-54.*
J. Scott Payne & Paul J. Whitney (2002)
Developing
L2 Oral Proficiency through Synchronous CMC: Output, Working Memory,
and Interlanguage Development.
CALICO
Journal, Vol 20, No. 1 (September 2002). [
article
|
discuss
|
pdf]
*
Miriam Stein (1999)
Developing
Oral Proficiency in the Immersion Classroom.
ACIE
Newsletter, Volume 2, Number 3, May 1999.*
Last updated on 01-12-2009