Het werkwoord ‘hebben’: haber en tener

 

haber: hebben als hulpwerkwoord van voltooide tijd  (... + voltooid deelwoord)
tener: hebben als zelfstandig werkwoord  (= bezitten)

 

In de tegenwoordige tijd

haber
1e persoon enkelvoud: he
2e persoon enkelvoud: has
3e persoon enkelvoud: ha
1e persoon meervoud: hemos
2e persoon meervoud: habéis
3e persoon meervoud: han
 
tener
1e persoon enkelvoud: tengo
2e persoon enkelvoud: tienes
3e persoon enkelvoud: tiene
1e persoon meervoud: tenemos
2e persoon meervoud: tenéis
3e persoon meervoud: tienen


  E-mail

Voor opmerkingen of vragen over deze pagina kunt u contact opnemen met Simon van Dreumel
Het laatst gewijzigd op 9 november 2002